08-03-09

Zebravinken leren zingen zoals mensen praten

zebravink2Zebravinken leren zingen zoals kinderen leren praten. De hersendelen die er bij zebravinken voor zorgen dat jonge vogels het liedje van hun vader herkennen, zijn zeer vergelijkbaar met die van mensen.Dat blijkt uit onderzoek van cognitiewetenschapper Sharon Gobes, die ermee promoveerde aan de Universiteit Utrecht. Gobes onderzocht het geheugen voor zang bij zebravinken. Haar ontdekkingen zijn van belang om het menselijk vermogen tot herinnering beter te begrijpen. Dat verschaft inzicht in spraakstoornissen als stotteren en afasie, aldus de wetenschapper. (Bron: ANP)

14-09-08

Tweetalig opgroeiend kind stottert meer

Tweetaligheid_meisje Kinderen die compleet tweetalig opgroeien, hebben een grotere kans om te gaan stotteren dan andere kinderen. Ze komen ook moeilijker van hun gestotter af dan kinderen die maar één taal spreken of die hun tweede taal pas op school leren. Dit blijkt uit een onderzoek onder in totaal 317 kinderen uit Londen, onder wie 69 stotteraars. De studie is vandaag online gepubliceerd door het vakblad Archives of Disease in Childhood. Het is het eerste grote onderzoek naar stotteren en tweetaligheid. Van de stotterende kinderen die hun tweede taal (Engels) pas op school hadden geleerd, stotterde ruim de helft op twaalfjarige leeftijd niet meer, net alseentalige stotteraars. Maar van de compleet tweetaligen (die van jongsaf aan thuis twee talen leerden) was maar een kwart genezen. Er waren al aanwijzingen dat tweetaligheid leidt tot een grotere kans op stotteren. Waarschijnlijk komt het door de soms snelle ‘codewisselingen’ die een tweetalige moet maken. Uit het onderzoek blijkt verder dat maar een klein percentage (5 procent) van de tweetalige stotteraars in slechts één taal stottert. Een precieze kans op stotteren voor tweetaligen is op basis van de studie niet te geven. Er was geen verschil in de schoolprestaties van de stotteraars en anderen. In het algemeen stottert een paar procent van de vijfjarigen; onder volwassen is dat ongeveer 1 procent. (Bron: NRC-NEXT, 9 september 2008)

26-04-08

Interview: "Ouders zijn niet oorzaak van stotteren"

kurt eggersKurt Eggers (foto) is stottertherapeut, lector aan de Lessius Hogeschool en geaffilieerd onderzoeker aan de KU Leuven, waar hij aan een doctoraat over het verband tussen stotteren en het temperament van kinderen werkt. Op welke leeftijd ontstaat stotteren? 'De meesten beginnen te stotteren tussen twee en vijf, zes jaar. Het kan ineens hevig beginnen of heel geleidelijk aan. Jongens doen het drie tot vier keer vaker dan meisjes. Niemand is honderd procent vloeiend, maar stotteren is nog iets anders. Het gaat om drie zaken: herhalingen (dadadadat is of ik ik ik), verlengingen (llllllekker) en blokkeringen (k...k... kaas).' Is het erfelijk? 'Er is een zekere aanleg mee gemoeid. Uit recent onderzoek blijkt dat de hersenen van stotterende kinderen een beetje anders functioneren. Vermoedelijk is het ook een kwestie van temperament. En er zijn uitlokkende factoren, zoals voorafgaande spraak- en taalproblemen en stress.' Stress bij peuters? 'Denk aan een kind dat iets wil zeggen, maar mama wil net vertrekken. Of een kind dat zich haast om iets te vertellen omdat hij weet dat zijn broertje hem elk moment kan onderbreken. Het kan ook om positieve stress gaan, zoals het uitkijken naar Sinterklaas of een verjaardagsfeest.' Moet je het stotteren negeren? 'Nee, dat is gesteund op een achterhaalde theorie. Sommigen dachten toen dat stotteren het gevolg was van de reactie van ouders op normale spraakonvloeiendheden van kinderen. Maar ouders veroorzaken het stotteren niet. Hoe ze reageren is wel belangrijk in de evolutie van het stotteren, of het al dan niet een probleem wordt.' Wat moeten ouders doen? 'Om te beginnen het spreektempo in het gezin omlaag halen. Als je kind zegt: “Ik-ik-ik-ik heb iets leuks gedaan,, reageer dan niet met “Wat?,, maar laat een pauze van een of twee seconden en herhaal rustig zijn opmerking: “Ha, je hebt iets leuks gedaan! Wat was het?" Op die manier breng je rust in het gesprek.' Ouders zeggen soms: 'Neem eerst eens diep adem.' 'Ik zou dat niet doen. Het werkt contraproductief. Er zijn meer van die goedbedoelde adviezen, zoals “Denk eens goed na", “Probeer eens opnieuw", of “Doe het eens wat trager". Ze kunnen het stotteren juist in stand houden. 'Vanaf wanneer moeten ouders zich zorgen maken? 'Feit is dat kinderen die nog maar een week of twee stotteren, meer kans hebben er sneller zelf vanaf te geraken dan kinderen die dat al een jaar doen. De enen stotteren plots in alle hevigheid, bij de anderen gaat het wat op en neer. Kijk ook naar de rest van de taalontwikkeling: doen zich daar problemen voor of niet? En vertoont je kind al secundair gedrag, zoals knipperen met de ogen, vechten uit frustratie of angst om te spreken, dan is je ongerustheid zeker terecht. Maak een afspraak met een logopedist-stottertherapeut zodra je ongerust wordt. Misschien hoeft het kind nog niet in therapie, maar dan kunnen ouders al advies krijgen over hoe ze ermee moeten omgaan. In de praktijk zien mijn collega's veel ouders met jonge kinderen, men wacht gelukkig niet meer zo lang als vroeger.' (Bron: De Standaard, 18 april 2008)